Bevalling straight from hell

Nu ruim drie jaar geleden beviel ik van mijn dochter. Er tegenop kijken deed ik niet. Want iedereen riep: ‘een tweede is veel makkelijker joh.’ Little did i know toen op 29 december mijn vliezen doorgeprikt werden door de verloskundige. Het zou een bevalling straight from hell worden.

‘Dit kind gaat vandaag nog geboren worden’!

In 2010 werd mijn zoon geboren. 11 dagen na de uitgerekende datum strompelde ik op mijn Birckenstock slippers (laatste gaatje,want voeten als een olifant) naar de verloskundige op de hoek. Ik had ze al gebeld dat ze me ‘NU’ moesten helpen. Het antwoord: morgen ben je de eerste. No way, dacht ik. Ik hief mijn wijsvinger zwaaiend in de lucht en gilde tegen mijn man: “dit kind gaat vandaag nog geboren worden.”

Medisch

Toen ik daar als een hijgend molenpaard in de praktijk stond (moet er echt angstaanjagend uitgezien hebben, want de telefoniste deinsde letterlijk voor me terug), konden ze niet anders dan me helpen. Vastberaden was ik, en nergens bang voor. De verloskundige prikte mijn vliezen door. “Oi, je hebt meconium houdend vruchtwater.” Euh, say what? De golf vocht die uit me kwam had een vreemde kleur. “Je zoon heeft in het vruchtwater gepoept (dat snap ik ook als je 11 dagen te lang in een afgesloten ruimte zit, zou ik zelf ook doen!). Je bent nu medisch en moet direct naar het ziekenhuis want hij mag geen vruchtwater in zijn longen krijgen, succes met de bevalling”.

Subiet een epiduraal

Onmiddellijk begonnen de weeën, het was maandagochtend half tien en ik stond op all systems go. Er was plek in het OLVG Oost. Daar aangekomen kreeg ik weeënopwekkers. Dat was wel even heftig. Ik had een Belgische verloskundige die direct zei: “allee, dan pakken we meteen dun epiduraal.” Of je een ruggenprik wil, vertaalde mijn man. Ik knikte tussen de weeën door. “Gelooft u mij mevrouwke, als u subiet terugkeert van den anesthesie bent u terug een ander mens”.

Mooier dan dit wordt het niet

De tocht naar de ruggenprik meneer kan ik me niet herinneren, wel het directe effect ervan. Mijn Belgische held had gelijk. Ik was ontspannen en er kon zelfs een lachtje vanaf toen ‘dun epiduraal’ erin zat. Na een uurtje zei ik tegen mijn man: “die ruggenprik zit niet goed hoor, ik heb opeens weer zoveel pijn”.

De zuster die binnenkwam meldde dat ik 10 cm had en aan de bak kon. Binnen 10 minuten was mijn zoon geboren, het was toen zes uur ‘s avonds. Ik genoot toen ik hem op mijn borst kreeg en voelde me euforisch. Terugkijken op deze bevalling kan ik alleen maar met een glimlach. Mooier dan dit zou het niet worden. Letterlijk en figuurlijk.

Schril contrast

We schrijven het jaar 2014, 29 december om exact te zijn. Na een zwangerschap die niet geheel vlekkeloos, of zeg eigenlijk maar in ‘t geheel niet vlekkeloos, verloopt, wil ik maar 1 ding: dat kind moet eruit. Hoewel we 4 dagen voor de uitgerekende datum zitten ben ik op, af. Ik kan niet meer. Ik heb al maanden last van bekkeninstabiliteit en haal met moeite lopend de hoek van de straat. De pijn in mijn bekken is onbeschrijflijk en mijn twee verschillende bekkentherapeuten Tamar en Margot zijn de enige lichtpunten in mijn leven op dat moment. Wekelijks bezoek ik beiden.

Van Oost naar West

Na een eerste gang een dag eerder naar het OLVG, want te hoge bloeddruk, worden we onverrichter zaken naar huis gestuurd. Ik bel Conny, de verloskundige ’s avonds. Kom morgenochtend maar om 8 uur langs. We staan om 10 voor 8 klaar. Weer worden mijn vliezen doorgeprikt. Dit keer gebeurt er niks. Na 12 uur wachten moeten we naar het ziekenhuis. Baby moet gehaald worden. Niks OLVG Oost (zit vol) en niks Belgische verloskundige.

Wel mooie nieuwe ‘bevallingssuites’ (zal mij aan mn reet roesten…). En weer weeënopwekkers. En een tang van een verloskundige. Pijnstlling? Remyfentanil kan ik krijgen, met pijn en moeite. Zo’n kutpompje, waar je om de zoveel minuten een knijpje in mag geven. Want een ruggenprik duurt veel te lang. Aldus de verloskundige. Ze kent trouwens mijn dossier wel hoor, en weet van mijn bekkeninstabiliteit. Maar daar zou ik tijdens en na de bevalling niks van moeten voelen volgens haar.

Stony malony

Van de pijnstilling word ik alleen maar zo stoned als een garnaal, het doet verder he-le-maal niks voor me. We zijn er om 8 uur ’s avonds en om 3 uur in de nacht mag ik gaan persen. Dat lukt alleen niet, ik heb zo’n enorme pijn in mijn bekken, ik kan alleen maar op mijn zij liggen. Dat mag niet van de verloskundige, ik moet op mijn rug liggen, anders lukt het niet. Het lijkt een godsonmogelijke taak me alleen al om te draaien, laat staan dit kind eruit te krijgen. Ik trek de onuitstaanbare verloskundige aan de kraag van haar ziekenhuis-outfit vast en bijt haar toe dat ik het niet kan. “Als je wat vast wil pakken, kan je dat beter aan mijn mouw doen” luidt haar halfzachte antwoord.

No pain no gain

Uiteindelijk lukt het. Op pure wilskracht en met veel en hard geschreeuw komt er een kind uit. Terwijl iedereen zich om mijn dochter bekommert lig ik te creperen van de pijn. Ik kan niet meer bewegen. Maar, goed nieuws: ik hoef niet gehecht te worden. Nou, da’s dan in elk geval een meevaller, bedenk ik me. “Oh, wacht even”, zegt de verloskundige: “ja nee, toch wel hoor”. “Het hoeft niet”, weet ik uit te brengen. Doe mij maar niet hechten joh, nergens voor nodig.” Voordat ik het weet sprayt ze ontsmettingsmiddel op mijn rauwe, gehavende private parts. Ik wil haar eigenlijk een klap in haar gezicht geven, maar durf niet omdat ze toch met een naald in een vrij gevoelige buurt zit. Uiteindelijk lukt het me om mijn bed uit te glijden en kruipend naar de W.C. te gaan, want ik wil maar 1 ding: pissen en hier zo snel mogelijk weg. En ik heb pijn, zo’n pijn. Een paracetamol mag ik. Wat sterkers doen ze hier niet aan….

Beter een goede buur…

Om 8 uur ’s ochtends strompel ik de buitentrap van ons appartement op, nog steeds helemaal naar de klote. Ik voel me alsof ik vannacht een festivalletje gepakt heb. Mijn man is bezig onze nieuwe dochter uit de auto te halen. Ik realiseer me dat ik geen sleutels van de voordeur heb. Gelukkig kom ik de buurman van 1 hoog tegen. “Zo, wat zie jij eruit”, zegt hij.” Ja”, stamel ik, “ik ben net bevallen”. “Oh’ zegt ie. “Goh”…. “Zeg”, fluister ik ‘m vertrouwelijk toe: “zou jij de deur even kunnen openmaken voor me”? Hij kijkt nadenkend en zegt dan: “nope, sorry”. Die sleutel ligt toevallig nog binnen en ik moet nu echt naar mijn werk, anders kom ik te laat. Fijne dag nog hè”?

 

About Sanne

Ik ben Sanne, 40 jaar. Ik woon in Amsterdam. Samen met Joep en ons koningskoppel Vince (7) en Lou (3). Joep heeft twee zoons uit een eerdere relatie. De oudste is inmiddels 19 en het huis uit. De jongste is 14 en lekker aan het puberen. Kortom, bij ons is het nooit saai!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *