Zeur niet zo!

Amsterdam, de enige stad in de wereld die meer fietsen dan inwoners heeft. Zo ook bij ons voor de deur. De rekken staan vol, het is soms lastiger een plek voor je fiets te vinden, dan voor je auto. En dat levert weleens irritatie op. Kan gebeuren, meestal haal ik dan mijn schouders op. Niet als mijn zoon erop aangesproken wordt door iemand die beter zou moeten weten. Dan kom ik in actie en komt de curlingmoeder in mij onbeschaamd naar boven.

Voorbereiding

We schrijven woensdagmiddag. We maken ons gedrieen klaar om naar het hockeyveld te vertrekken. Zoon en dochter besluiten allebei om  op mijn fiets mee te liften. Zoon kan prima zelf fietsen, maar na een intensieve hockeytraining is de weg naar huis soms nog net een tandje te lang. Ik pak nog een Dopper en ontbijtkoeken terwijl de kinderen alvast naar buiten hollen om mijn fiets van het slot te halen en de tassen in het krat te gooien.

Boze grootvader

Mam! Die man is boos op mij geworden, omdat mijn fiets in de weg staat zegt mijn zoon als ik ook buitenkom. Welke man? Die daar. Ik zie een opa en oma met een kinderwagen een stuk verderop in de straat lopen. Wat dan? Hij zei tegen mij dat ik mijn fiets moest verplaatsen omdat hij er niet langs kwam en toen begon hij heel raar te lachen, toen ik zei dat ik m daar niet had neergezet, maar dat jij dat had gedaan zei hij: niets mee te maken! 

Dialoog

Wel godverdomme, denk ik. Zo’n opa tegen mijn zoon van acht, hoe durft ie? Pick your battles he? Ik weet het, maar ik handel instinctief, iemand heeft mijn zoon onterecht onaardig behandeld. 

‘Hey meneer’, roep ik door de straat. ‘Meneer? Meneer met de kinderwagen?’ Oostindisch (of batterij van gehoorapparaat leeg, ook een optie), hij reageert niet. Ik ren op een drafje door te straat. ‘Hey meneer?’ Ik voeg me naast hem, zodat hij wel moet doen alsof ik er echt ben. Er ontspint zich een discussie

Opa: Ja? 

Ik: Wat gebeurde er nou net? 

Opa: Oh nou die fiets stond in de weg, dat heb ik ‘m (ferme hoofdknik naar mijn zoon die verderop staat) gezegd ook.

Ik: Euh… dat is uw kleinkind neem ik aan? Terwijl ik een ferme hoofdknik teruggeef naar de kinderwagen. Wat zou u ervan vinden als ik zo tegen hem zou praten? 

Opa: Ja hij praat nog niet terug (duh!). 

Ik:Nee maar straks wel, als ie 8 is. En dan?

Opa: Nou dat is nog niet zover

Ik: meneer, kom op zeg. U wandelt hier met uw kleinkind en geeft mijn kind een veeg uit de pan terwijl hij niks gedaan heeft!

Opa: Maar die fiets stond echt in de weg.

Ik: Wauw…. Meneer, uw punt is duidelijk, maar de volgende keer kunt u zich bij mij melden, een volwassene, hoeft u niet tegen een kind tekeer te gaan. En trouwens, ik had zijn fiets daar ook neergezet, zoals hij u net ook al zei.

Zijn vrouw probeert de boel nog te sussen, maar daar is het nu te laat voor.

Meneer: Ach mens, zeur niet zo

Ik in gedachten: $#%#$%&$%^

Ik afsluitend: Gezellig voor uw kleinkind, dat hij zo’n opa heeft! (onder de gordel, i know, maar met deze man valt niet te praten).
Ik draai me om en loop terug naar mijn kinderen.

Hemd en rok!

Zeur ik dan? Denk ik later als ik in het zonnetje met mijn twee boenders op de fiets langs de Amstel rij richting hockeyclub. T is dubbel, aan de ene kant zonde van mijn energie, aan de andere kant kan ik niet tegen zo een zure die uitvalt tegen iemand die geen enkele partij voor hem is! Dan maar even een curling moeder. Want opa, we hebben 1 ding gemeen, voor ons beiden is  het hemd is nu eenmaal nader dan de rok.

 

About Sanne

Hi! Ik ben Sanne, 42 jaar. Ik woon in Amsterdam. Samen met Joep en ons koningskoppel Vince (9) en Lou (5). Joep heeft twee zoons uit een eerdere relatie. De oudste is inmiddels 21 en het huis uit. De jongste is 17 en woont bij zijn moeder. Naast het moederschap ben ik marketing adviseur bij de Universiteit van Amsterdam. Naast lezen en schrijven hou ik van veel bewegen met yoga als absolute favoriet. In de zomer ben ik veel in ons tuinhuis op het mooie Amstelglorie te vinden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *